Iedereen wil iets doen aan werkdruk. Niemand weet precies wat. Maar er komt sowieso een poster

Op een dag besluit je organisatie dat er iets moet gebeuren met werkdruk. Dat moment herken je vast wel, meestal zo een sper twee of drie jar. Niet omdat er iets verandert. Maar omdat er een e-mail komt. De e-mail heeft als onderwerp: Fijn dat we hier samen over nadenken! Er staat in dat de organisatie werkdruk serieus neemt. Dat er een werkgroep komt. Dat jij je kunt aanmelden voor die werkgroep. Dat de werkgroep gaat onderzoeken hoe het beter kan. Dat de uitkomsten worden gedeeld. Dat er dan vervolgstappen komen. Je leest de mail. Je denkt: fijn. Je sluit de mail. Je gaat verder met de zeven dingen die je tegelijk aan het doen was. De werkdruk is niet veranderd. Maar er is nu een werkgroep. Dat voelt al iets beter, toch?

De vijf fases van werkdruk aanpakken

Fase één: de enquête. Iedereen vult hem in. De uitkomst is dat mensen het druk hebben, zich niet altijd gehoord voelen, en behoefte hebben aan meer duidelijkheid. Dit verbaast niemand. Iedereen knikt. Er komt een vervolgstap.
Fase twee: de presentatie van de uitkomsten. In een vergadering van anderhalf uur. Over werkdruk. Tijdens de drukste periode van het jaar. Er staat koffie. Iemand maakt aantekeningen.
Fase drie: de poster. Hij hangt bij het koffieapparaat. Er staat een boom op, of een quote, of allebei. Jij mag ook nee zeggen. Je leest hem elke ochtend terwijl je wacht tot je koffie klaar is. Je zegt geen nee. Je hebt het te druk.
Fase vier: de training. Grenzen stellen. Een dagdeel. Met een werkboekje. Je schrijft op wat jouw grens is. Thuis doe je er niets mee want de week erna is er gewoon weer veel te doen en dat werkboekje ligt ergens.
Fase vijf: de teamdag. Kano’s, of kleiduivenschieten, of een escape room — iets waarbij je even niet aan werk denkt. Heerlijk. Maandag is alles weer hetzelfde. Maar je hebt wel mooie foto’s.
En dan begint fase één weer. Want er is een nieuwe enquête.

“Ik vind werkdruk eigenlijk wel fijn”

Dit zegt altijd iemand. Altijd een beetje te hard. Altijd met een gezicht van: ik ben een doorzetter, ik klaag niet, ik ben niet zo’n type. En je denkt: ja, ik ook eigenlijk. Want druk zijn voelt nuttig. Druk zijn voelt alsof je ertoe doet. Een lege agenda is eng. Een volle agenda bewijst dat je bestaat. Maar er is een subtiel verschil tussen druk zijn en werkdruk hebben. Druk zijn voelt als energie. Werkdruk voelt als… ook druk zijn, maar dan zonder dat het ooit ophoudt, en zonder dat je ’s avonds het gevoel hebt dat je iets goeds hebt gedaan, en je slaapt minder goed, en je bent wat korter door de bocht, en je denkt op de fiets naar huis soms aan niks omdat je hoofd even echt leeg moet, en dat is eigenlijk al een teken maar je noemt het gewoon “een drukke periode.” Die drukke periode duurt nu drie jaar.

De bereikbaarheid die niemand verwacht maar iedereen gewoon doet

Officieel ben je na zessen niet bereikbaar. Dat heeft iemand ergens besloten. Staat misschien zelfs in een beleidsstukje.
En toch check je je telefoon. Gewoon even. Niet omdat je moet. Maar omdat je anders niet weet wat er is binnengekomen. En als je niet weet wat er is binnengekomen, voel je een lichte onrust. En die lichte onrust is minder prettig dan even kijken. Dus kijk je even. Er is een berichtje. Geen haast hoor. Geen haast maar, je denkt er de rest van de avond aan.
Het mooie is: niemand heeft jou dit gevraagd. Er is geen memo geweest met “we verwachten dat je ’s avonds bereikbaar bent.” Het is gewoon zo gegroeid. Iedereen doet het. Jij doet het. Je collega doet het. Je leidinggevende doet het en stuurt daarom ook berichten, want hij denkt dat iedereen toch kijkt. En iedereen kijkt. Want iedereen denkt dat iedereen kijkt.
Niemand wil dit. Iedereen doet het.

De wereld helpt ook niet mee

Vroeger kon je na je werk gewoon even niks doen. Televisie. Boek. Beetje niks. Hoofd leeg. Nu doe je ook “even niks” maar dan met je telefoon in je hand, waarop je nieuws leest dat je onrustig maakt, sociale media die je het gevoel geven dat je iets mist, en tussendoor af en toe je mail want je keek toch al. Dat is geen herstel. Dat is inspanning met een andere naam.
Thuis is het ook gewoon druk. De kinderen. De boodschappen. De verbouwing die al anderhalf jaar duurt. De moeder die wat meer aandacht nodig heeft. De vriend die het ook zwaar heeft. De wereld die ook gewoon een beetje in brand staat op de achtergrond, elke dag, als een stille Spotify-playlist waar je niet om hebt gevraagd maar die wel gewoon meespeelt.
Al die dingen kosten energie. En die energie breng je mee naar je werk. En op het werk verwacht niemand dat officieel. Maar hij is er wel weg.

Wat zou echt helpen?

Minder vergaderingen waar je als toehoorder bent uitgenodigd voor de volledigheid. Minder snelle reacties als norm. Minder taken die er eigenlijk niet toe doen maar toch gedaan worden omdat het altijd al zo ging. En meer momenten van echt niks niet als luxe maar als onderdeel van hoe je werkt. Maar eerlijk? Dat pikt niemand zomaar op na het lezen van een blog. Werkdruk is geen persoonlijk probleem dat je oplost met een goed gesprek en wat zelfkennis. Het is een systeem. En systemen verander je niet met een poster. Je verandert ze door op het juiste niveau in te grijpen. Bij de medewerker zelf — wat heeft hij nodig om goed te functioneren? Bij het team  welke ongeschreven regels zuigen iedereen leeg zonder dat iemand het ooit heeft besloten? Bij de leidinggevende want die bepaalt meer dan hij denkt, gewoon door wat hij wel en niet doet. En bij de organisatie want hoeveel mensen, hoeveel werk, welke verwachtingen: dat zijn geen natuurverschijnselen. Dat zijn keuzes. Als je alleen op het niveau van de medewerker ingrijpt en de rest laat zoals het is, is het gewoon een duurdere poster. Wij werken met het inspanningsbalansmodel van de werkdrukaanpakkers. Geen traininkje grenzen stellen en dan hopen dat het klaar is. Maar kijken waar in het systeem de weegschaal scheef staat, wie daar iets aan kan doen, en wat er dan concreet anders moet. Dat is ongemakkelijker dan een teamdag met kano’s. Het werkt ook aanzienlijk beter. Meer weten over hoe wij dit aanpakken? Wij sturen je graag een whitepaper  over dit model (heb je in één avond uit gewoon: zo zit het, en dit kun je ermee.) En bovendien verloot ik drie daarbij behorende werkdrukwijsheidspellen. En ja, ik besef de ironie. Ik schrijf  een blog over pleisters plakken en verloot daarna een spel. Maar het werkdrukwijsheidsspel is geen pleister het is het gesprek dat in de meeste teams al jaren niet gevoerd wordt. Eerlijke vragen. Herkenbare situaties. Geen trainer nodig. Gewoon een tafel waar iedereen eindelijk zegt wat hij al lang denkt. We verloten er drie. Omdat drie beter is dan een poster. Wil je de whitepaper? Of wil je kans maken op het werkdrukwijsheidsspel? Stuur mij  een email.

Annemie Wwbers

werkdrukaanpakker, directeur Career & Live