We hebben werkdruk collectief genormaliseerd, maar het gesprek erover individueel gemaakt
We moeten stoppen met het normaal vinden dat werkdruk er is. En beginnen met het normaal vinden dat je er iets over zegt. Want laten we eerlijk zijn, daar wringt het. Niet een beetje, maar fundamenteel. Gisteren stond ik voor een grote groep in een workshop, mensen die dit onderwerp niet alleen herkennen maar er dagelijks middenin zitten, mensen die precies weten hoe het voelt om altijd nét achter de feiten aan te lopen terwijl je tegelijkertijd doet alsof je het onder controle hebt, en wat me vooral bijblijft is niet wat er gezegd werd, maar wat er normaal gesproken níet gezegd wordt. Want zodra het gesprek echt werd, gebeurde er iets in de ruimte. Mensen begonnen zinnen af te maken die ze normaal inslikken, ze keken elkaar aan met die blik van herkenning die je niet krijgt van een enquête of een poster, en ze zeiden dingen als “ik trek het eigenlijk al een tijd niet meer” en “ik dacht dat ik de enige was die dit zo ervaart”. En daar zit precies de pijn. We hebben werkdruk collectief genormaliseerd, maar het gesprek erover individueel gemaakt. Dus iedereen denkt dat hij of zij het probleem is, terwijl het probleem al lang in het systeem zit ingebakken. We praten over werkdruk alsof het een gegeven is, alsof het hoort bij ambitie, bij verantwoordelijkheid, bij een beetje carrière maken, alsof het een soort onvermijdelijke bijwerking is van belangrijk werk, terwijl we tegelijkertijd heel voorzichtig, bijna fluisterend, praten over de gevolgen ervan. Dat is de omgekeerde wereld. Want wat gebeurt er nu?
We zien stress, maar we belonen het gedrag dat die stress veroorzaakt
De medewerker die altijd nog even doorgaat krijgt waardering, de collega die overal ja op zegt wordt gezien als betrokken, de leidinggevende die op zondag reageert is “toegewijd”. De “beloning” komt eerst. Altijd. Complimenten, zichtbaarheid, erkenning. En pas daarna komt de schade, de vermoeidheid, de kortere lontjes, de slechtere nachten, het gevoel dat je jezelf ergens onderweg bent kwijtgeraakt en uiteindelijk de bekend burn-out. En dan, als het echt niet meer gaat, dan noemen we het ineens werkstress en dan gaan we het oplossen. Met een training, met een interventie, met een goedbedoeld programma. Maar we slaan de belangrijkste stap over. We hebben nooit afgesproken dat dit niet normaal is. Gisteren werd dat duidelijk toen iemand zei dat hij al maanden dacht dat hij zich gewoon niet moest aanstellen, dat dit blijkbaar het niveau was dat van hem verwacht werd, dat iedereen het toch druk heeft dus wie is hij om daar iets van te zeggen. En precies daar houden we het probleem in stand.
Zolang druk zijn status geeft, blijft iedereen meedoen
Stel je voor dat iemand vraagt hoe het gaat en je zegt “druk, druk, druk”, en de ander knikt begrijpend alsof je zojuist hebt bewezen dat je ertoe doet, maar stel je nu eens voor dat je zegt “eigenlijk best rustig, één meeting, inbox leeg”, dan valt er een ongemakkelijke stilte en denkt iedereen hetzelfde: gaat het wel goed met je, of ben je inmiddels volledig overbodig geworden? Zolang stilte hierover bij werkdruk de norm is, blijft iedereen twijfelen aan zichzelf. Zolang het gesprek uitblijft, verandert er niets. Dus nee, de oplossing zit niet in nóg meer kennis, die hebben we allang. De oplossing zit ook niet in nóg meer individuele veerkracht, want mensen zijn al lang veerkrachtiger dan goed voor ze is. De echte verschuiving begint op een ongemakkelijke plek. In het moment waarop iemand zegt dat het niet meer klopt, in het moment waarop een team niet alleen bespreekt wat er moet gebeuren maar ook wat er structureel te veel is geworden, in het moment waarop een leidinggevende niet alleen luistert maar bereid is om iets van de werkelijkheid te veranderen. Dat gesprek is geen luxe. Dat gesprek is de interventie. En laten we daar scherp op blijven, want dit is waar het vaak misgaat.
We moeten niet normaal gaan vinden dat werkdruk er is. We moeten normaal gaan vinden dat je er iets van zegt
Niet als klacht, niet als zwakte, maar als professioneel gedrag. Want in een organisatie die echt volwassen is, is het niet stoer om altijd druk te zijn. Het is professioneel om te benoemen wanneer het niet meer klopt. En misschien is dat wel de meest schurende conclusie van allemaal. Niet degene die het volhoudt is de sterkste, maar degene die durft te zeggen dat het zo niet langer kan. Durf jij met jouw organisatie echt het gesprek aan te gaan?
Annemie Webers
directeur Career & Live BV en professionele werkdrukaanpakker


