Waarom vrouwen tussen 31 en 40 massaal uitvallen op het werk en waarom bijna niemand het echte probleem durft te benoemen
We vragen vrouwen om alles tegelijk te doen. Carrière maken, kinderen opvoeden, voor ouders zorgen, het huishouden draaiend houden. En als ze uiteindelijk uitvallen, noemen we het een burn out. Er zijn cijfers die je niet meer kunt wegredeneren. Niet met een vitaliteitsprogramma. Niet met een yogales op woensdagmiddag. En al helemaal niet met de opmerking dat medewerkers “meer aan hun veerkracht moeten werken”. De werkelijkheid is simpel en confronterend. Vrouwen tussen de 31 en 40 jaar hebben tweeënhalf keer meer kans op langdurig verzuim dan mannen van dezelfde leeftijd. Ook vrouwen boven de veertig hebben nog steeds twee keer zoveel kans om langdurig uit te vallen. Het gaat daarbij bijna altijd om mentale klachten: burn out, overspannenheid, chronische vermoeidheid. Dat blijkt uit gegevens uit de verzuimverzekeringsportefeuille van Achmea en werd recent besproken in een interview in het NRC met bestuursvoorzitter Bianca Tetteroo. Het zijn cijfers die iedereen in HR, directie en bestuur wakker zouden moeten schudden. Want dit gaat niet over een paar individuele medewerkers. Dit gaat over een hele generatie vrouwen die tegelijk de ruggengraat van de arbeidsmarkt vormt. En die massaal overbelast raakt.
De spits van het leven
De leeftijd van 31 tot 40 jaar wordt niet voor niets de spits van het leven genoemd. In deze fase komt alles samen.
- Carrière.
- Kinderen.
- Relaties.
- Hypotheken.
- Mantelzorg voor ouders.
- Een huishouden dat nooit stopt.
Het probleem is niet dat vrouwen werken. Het probleem is dat ze meer rollen tegelijk dragen dan ooit tevoren. De Emancipatiemonitor laat een bijna ironisch verschil zien tussen wens en werkelijkheid. Ongeveer de helft van de stellen zegt dat zij zorgtaken gelijk willen verdelen. In de praktijk lukt dat slechts bij negen procent van de gezinnen. Met andere woorden: De intentie is modern. De realiteit is nog steeds traditioneel. En precies daar ontstaat de druk.
De onzichtbare rugzak die elke ochtend mee naar kantoor gaat
In mijn boek Privéstress op de werkvloer beschrijf ik een fenomeen dat vrijwel elke leidinggevende herkent zodra hij of zij het eenmaal ziet. Ik noem het de onzichtbare rugzak. Elke medewerker komt ’s ochtends naar het werk met een rugzak vol zorgen, verantwoordelijkheden en mentale belasting uit het privéleven.
- Een kind dat slecht slaapt.
- Een ouder die hulp nodig heeft.
- Financiële druk.
- Slaaptekort.
Die rugzak blijft niet bij de voordeur van het kantoor staan. Hij gaat gewoon mee naar binnen. En bij vrouwen tussen de 31 en 45 jaar is die rugzak vaak zwaarder dan bij welke andere groep dan ook. De wetenschap bevestigt dit al jaren. In de zogenoemde resource drain theory wordt aangetoond dat energie uit het ene levensdomein letterlijk wordt weggetrokken door het andere domein. Wie thuis structureel meer energie geeft dan hij kan herstellen, raakt op het werk leeg. Dat is geen gebrek aan veerkracht. Dat is simpelweg hoe mensen functioneren.
Wanneer een hele groep uitvalt is het geen individueel probleem meer
Toch blijft de reflex in veel organisaties hetzelfde. Als iemand uitvalt, wordt het probleem vaak bij het individu gelegd.
Misschien heeft ze te weinig grenzen gesteld.
Misschien moet ze werken aan haar mindset.
Misschien moet ze een training time management volgen.
Maar wanneer een hele groep structureel uitvalt, is dat geen individueel probleem meer. Dan is het een systeemprobleem.
- Een vraag over hoe werk georganiseerd wordt
- Over hoe zorgtaken verdeeld worden
- En over de impliciete normen die organisaties vaak onbewust in stand houden
Veel organisaties denken nog steeds dat werk en privé gescheiden werelden zijn. Maar in werkelijkheid zijn ze volledig met elkaar verweven. Bianca Tetteroo stelde in het interview een vraag die eigenlijk elke werkgever zichzelf zou moeten stellen:
Wat kun jij als werkgever doen om ervoor te zorgen dat werk en zorg beter te combineren zijn?
Dat is geen zachte vraag. Want als een organisatie impliciet verwacht dat mensen tien uur per dag beschikbaar zijn, dan helpt geen enkel gesprek aan de keukentafel over taakverdeling thuis. Dan is het systeem simpelweg te zwaar. Wat ik in veel organisaties zie, is dat er wel aandacht is voor werkdruk, maar nauwelijks voor privéstress. En dat is opmerkelijk. Want onderzoek laat zien dat een groot deel van mentale overbelasting niet ontstaat op het werk, maar in de combinatie van werk en privé. Toch praten we op het werk nauwelijks over die wisselwerking. Dat maakt het probleem onzichtbaar. En wat onzichtbaar is, wordt niet opgelost.
Drie vragen die elke directie vandaag zou moeten stellen
Als je als organisatie serieus wilt kijken naar duurzame inzetbaarheid, stel jezelf dan deze drie vragen.
1. Weet je werkelijk wat er speelt in het leven van je medewerkers?
Niet uit nieuwsgierigheid, maar vanuit leiderschap. Wie de context begrijpt waarin mensen werken, kan betere keuzes maken.
2. Welke impliciete normen maken werk en zorg moeilijk combineerbaar?
Denk aan vergaderingen na vijf uur. De verwachting altijd bereikbaar te zijn. Of de cultuur waarin de langste werkdagen het meeste respect krijgen.
3. Wat doe je concreet om de druk in de spits van het leven te verminderen?
Niet symbolisch. Maar structureel. Dat vraagt om leiderschap.
Waarom dit gesprek nu moet beginnen!
De cijfers van Achmea zijn geen incident. Ze zijn een waarschuwing. De arbeidsmarkt vergrijst. Er is een enorme krapte in sectoren zoals zorg en onderwijs. En tegelijkertijd brandt een grote groep professionals op in de levensfase waarin ze juist het meest waardevol zijn. We kunnen blijven praten over werkdruk. Of we kunnen eindelijk erkennen dat privéstress een enorme invloed heeft op de werkvloer. Wie echt iets wil doen aan verzuim en duurzame inzetbaarheid, moet verder kijken dan alleen het werk. Het gesprek over werkdruk is pas compleet wanneer ook het privéleven wordt meegenomen. Daarover gaat mijn boek Privéstress op de werkvloer. Daarin laat ik zien hoe privéproblemen energie, concentratie en prestaties op het werk beïnvloeden en wat organisaties concreet kunnen doen om medewerkers hierin beter te ondersteunen. En belangrijker nog Hoe leidinggevenden dit gesprek professioneel kunnen voeren zonder in therapie of bemoeizucht te vervallen.
Een uitnodiging voor HR, directie en leiders
Werk je in HR, directie of leiderschap en wil je serieus werk maken van duurzame inzetbaarheid? Dan is dit hét moment om het gesprek over werk en privé opnieuw te voeren. Ga vandaag nog aan de slag met het thema Privéstress op de werkvloer. Want één ding is zeker. Werkdruk kun je niet oplossen zolang je het privéleven buiten beschouwing laat.En zolang we dat blijven doen, blijven vrouwen in de spits van hun leven massaal uitvallen.
Annemie Webers
auteur Privestress op de werkvloer
directeur Career & Live BV


